De kop en een stukje van het B-balkon van Fluitketel 1 zijn overgebracht naar het Haags Openbaar Vervoer Museum. Dit bijzondere stuk tram is aan ons geschonken door de bekende tramliefhebber Johan Blok. De schrijver van veel boeken over HTM trams neemt in september 1976 de kop van deze tram over van een inwoner van Den Hoorn. Deze man heeft de tram gebruikt als noodwoning. Helaas blijkt het dan niet mogelijk de complete tram te restaureren waarna Blok het front en een gedeelte van het B-balkon overbrengt naar zijn woning in Loosduinen.

Het ontmantelen van het front van Fluitketel 1

Een uitgebreide restauratie gaat van start en met allerlei onderdelen van andere trams ontstaat een compleet geheel. Zo komt de originele fluit van de 4, de rijkruk uit de 6 en de remkruk van de 2. Pekelmotorwagen H11 levert nieuwe houten stijlen en de remkraan was ooit van Limburger 89. Bijzonder is ook dat de knevel en de kraan voor de luchtslang afkomstig zijn van haspelwagen H43.  Deze vertrekt in 1975 naar Oslo om daar terug verbouwd te worden naar open aanhangwagen. De onderdelen voor de Fluitketel gaan per motorschip naar de Rotterdamse haven.

Het front gaat aks bouwpakket naar het HOVM

Nadat alle delen gelakt in elkaar zijn gezet staat er in juli 1979 een prachtig gerestaureerd front in de huiskamer van Blok in Loosduinen. In oktober 1982 speelt de kop van Fluitketel 1 een rol bij de opening van het depot Scheveningen van de Tramweg Stichting. Het front is dan ondertussen met Blok verhuist naar zijn nieuwe huis in Dieren en nu komt het vanwege weer een verhuizing naar het HOVM.

De Fluitketels 1 tot en met 6 komen in 1922 naar de HTM. Ze danken hun bijnaam aan de luchtdrukfluit die niet eerder op trams in Den Haag heeft gezeten. De trams rijden op de Buitenlijnen van de HTM naar Delft, Rijswijk, Voorburg en Wassenaar. De 1 gaat als eerste buiten dienst na een aanrijding in augustus 1950. De vijf andere Fluitketels slijten hun laatste jaren als klusjeswagens.

Deel van het balkon wordt gezogen

Het front van Fluitketel 1 is in delen naar het HOVM vervoerd en gaat in het museum weer in elkaar gezet worden om hem daarna tentoon te stellen. We zijn Johan Blok heel dankbaar voor het vertrouwen en de mogelijkheid om dit unieke stuk tramgeschiedenis straks met u te kunnen delen.

Foto’s: Rogier Potter